Monument in Radio Kootwijk en Aambeeld met gebroken hamer

 

                                                                                     foto J.J.R. Buirma

Locatie: Radio Kootwijk, wegberm, omgeving watertoren Monument nr:34           

Ontwerper: Willem van Kuilenburg Onthuld in: 1947

Uitvoering: monument van zandsteen, ca 1,20 m hoog; een vrouwengestalte die neigt naar de vier namen. Met haar rechterhand maakt ze een sereen gebaar, in haar uitgestrekte linkerhand houdt ze een fakkel vast.    

Opschriften:  1940-1945

                 J.D. Suyling                   G.A.Meerhof                   C.F. Thomas       J. Stel               

                                                                              

Aambeeld met gebroken hamer  

Locatie: Stadhuis Apeldoorn, Marktplein 1, begane grond aan het eind van de rij loketten         

Monument nr: 5      

Ontwerper: Bertus Meerhof Opdrachtgever: Bertus Meerhof

Onthuld op: 29 april 1994 door de burgemeester van Apeldoorn, H. Bruins Slot

Uitvoering: Sokkel met roestvrij stalen beeld van een aambeeld met een gebroken hamer.

Tekst op de sokkel: Ter nagedachtenis aan C. Meerhof,

smid aan de gemeentewerf van 1 februari 1914 tot

10 januari 1945.  Op laatstgenoemde datum gearresteerd

door de SD wegens wapenbezit. Overleden te Neuengamme

tussen 15 maart en 3 mei 1945

 

Het verhaal achter het monument                          Het verhaal achter het monument                    Het verhaal achter het monument

Radiozendstation Kootwijk werd al op 11 mei 1940 door de Wehrmacht bezet. Dat is de hele oorlog zo gebleven. Het werd door de Duitsers gebruikt voor het contact  met hun onderzeeboten op de Atlantische Oceaan. Daarnaast werden de zenders ingeschakeld voor propagandauitzendingen naar Groot-Brittannië en de neutrale landen. Ten slotte fungeerde het zendstation als stoorzender voor de BBC-uitzendingen en die van Radio Oranje uit Londen. Het complex werd zwaar bewaakt door een groot detachement van de Wehrmacht en er was luchtdoelgeschut opgesteld.

Nederlandse personeelsleden konden de eerste jaren blijven, maar werkten onder Duits toezicht. Na de luchtlandingen bij Arnhem in september 1944 werd het radiostation verboden gebied voor Nederlanders en de bezetter begon materiaal naar Duitsland af te voeren. Vlak voor de bevrijding vernielde een Sprengkommando de zes grote zendmasten met springstoffen.  

Door de strenge bewaking was echte sabotage door Nederlandse medewerkers niet mogelijk, wel probeerden ze de Duitsers ongemerkt tegen te werken. Buiten het radiostation was een aantal van hen actief in het verzet.

Langs de toegangsweg naar het radiozendstation is een monument opgericht als eerbewijs voor de vier omgekomen medewerkers van Radio Kootwijk.

 

                      foto Jan van de Heuvel

De eerste naam op het monument is die van Jan Suijling. Hij woonde in het dorp Kootwijk en was commandant van de lokale OD (Ordedienst). Hij hield zich o.a. actief bezig met het bouwen van zenders die gebruikt zouden kunnen worden na de aftocht van de Duitsers. Voordat het zover was kwamen de Duitsers de zenders op het spoor en moest hij onderduiken.

Helaas werd een van zijn verzetsmedewerkers gearresteerd. Deze werd tijdens de verhoren zodanig aangepakt dat hij vertelde waar Suijling was ondergedoken. Suijling werd gearresteerd en gevangengezet in de Willem III-kazerne. Op 2 december 1944 werden hij en veertien anderen bij de aarden wal van het voetbalveld bij de kazerne gefusilleerd (zie Drie zwerfkeien aan de Frankenlaan). Hij is begraven op het Ereveld Loenen.  

De naam van Carl Thomas is de derde op het monument. Hij had geen onderduikadres toen de Duitsers in het najaar van1944 de Apeldoornse mannen verplichtten om voor de Organisation Todt in Duitsland te gaan werken. Hij moest zich melden op de markt in Apeldoorn en werd 3 december 1944 op transport gesteld.

Vlakbij de grens nabij Rees stond de trein stil op een emplacement en werd beschoten door Engelse jagers. De Duitse bewakers zochten dekking maar de Nederlanders mochten de trein niet verlaten. Thomas werd toen dodelijk getroffen door het Engelse vuur (zie  ook De ijzeren ring op het Marktplein).  Zijn graf is eveneens op het Ereveld Loenen.  

Radio Kootwijk-medewerker Gerrit Meerhof (de tweede naam op het monument), woonde met zijn vrouw en twee kinderen aan de Nijverheidstraat in Apeldoorn. Dit was tevens het onderduikcentrum van de KP (knokploegen) en de locatie van de zendpost die vanaf november 1944 contact onderhield met het al bevrijde Nijmegen.

Op 10 januari 1945, vlak voor een geplande verplaatsing van de zender, hadden de Duitsers de zender gepeild en vielen de woning binnen. Ze vonden de zender en arresteerden Gerrit Meerhof, zijn vrouw en twee ondergedoken verzetsmensen. Ook de koerierster Trijntje Krijger werd gearresteerd; zij heeft de oorlog overleefd.

De Duitsers doorzochten ook het buurhuis, waar de ouders van Gerrit woonden. In een kist onder de vloer van de schuur lagen wapens, die afkomstig waren van droppings die regelmatig op de Veluwe plaatsvonden.

Kees Meerhof, vader van Gerrit, werd gearresteerd toen hij later nietsvermoedend thuiskwam, evenals zijn vrouw en een zestal bezoekers die in de loop van de dag langskwamen, waaronder Radio Kootwijk-collega Jaap Stel (de vierde naam op het monument).

Gerrit Meerhof werd naar kamp De Kruisberg in Doetinchem overgebracht. Op 2 maart 1945 werd hij met andere gevangenen in een korenveld bij Varsseveld  als represaille door de Duitsers gefusilleerd.

Jaap Stel kwam terecht in kamp Amersfoort en daarna in Neuengamme. Vandaaruit  werd hij te werk gesteld bij een Arbeitskommando in Hamburg, dat toen zwaar werd gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Vermoedelijk is hij bij een bombardement omgekomen.

 

Kees Meerhof

Kees Meerhof, de vader van Gerrit, werd eerst in de Koning Willem III-kazerne opgesloten en op 2 februari 1945 op transport gesteld naar concentratiekamp Neuengamme. Hij keerde niet terug. Volgens een Rode Kruisbericht van 2 januari 1950, is hij vermoedelijk in het kamp Neuengamme omgekomen. Een andere bron meldde dat hij op 3 mei 1945, nadat het kamp Neuengamme door de Amerikanen was bevrijd, op weg naar bevrijd gebied door Duitse soldaten zou zijn doodgeschoten. Volgens de gegevens van de Oorlogsgravenstichting echter heeft Kees een zeemansgraf in de Lübeckerbocht bij Neustadt. De overlijdensdatum is eveneens 3 mei 1945.

De jongste zoon van Kees, Bertus Meerhof, heeft in 1994 een treffend gedenkteken ontworpen: een aambeeld met een gebroken hamer. Die hamer symboliseert het abrupte einde van de werkzaamheden van de smid Kees Meerhof op 10 januari 1945.