Marechausseemonument 

 

                      foto Jan van den Heuvel 

 

Locatie: Frankenlaan, voor de Koning Willem III-kazerne Kaartnummer: 18

Ontwerper: beeldhouwer H.J. Etiënne in samenwerking met ir. Voorendt

Opdrachtgever: Koninklijke Marechaussee

Onthuld op: 26 oktober 1949 door koningin Wilhelmina

Uitvoering:  Op een gemetselde bakstenen sokkel zijn twee naakte stenen beelden geplaatst. Een liggende, stervende man geeft een brandende vrijheidstoorts door aan een man die naast hem knielt.                                            

De bronzen plaat op de sokkel vermeldt: 

                                        

Herdenkingsdatum: 26 oktober of kort daarvoor (oprichtingsdatum Korps Marechaussee: 26 oktober 1814)

Adoptie: De Sint-Victorschool heeft het monument geadopteerd. Na een klassengesprek schrijven leerlingen gedichten, die worden voorgedragen bij de herdenking. 

 

Het verhaal achter het monument                          Het verhaal achter het monument                    Het verhaal achter het monument

Voor de voormalige hoofdpoort van de Koning Willem III-kazerne aan de Frankenlaan bevindt zich een opvallend monument. Opvallend zowel door de plaatsing in een soort parkje precies voor een halfronde beukenhaag als door de uitvoering. Op een bakstenen sokkel ligt een stervende strijder, die zich nog even opricht om de brandende vrijheidstoorts door te geven aan een bij hem neerknielende kameraad: het monument dat de leden van de Koninklijke Marechaussee herdenkt die in de Tweede Wereldoorlog én in de periode 1946- 1950 in Indonesië zijn omgekomen.  

De opleiding van de Koninklijke Marechaussee is  vanaf 1913 gevestigd in Apeldoorn; Apeldoorn wordt daarom wel de bakermat van de marechaussee genoemd. Vandaar dat Apeldoorn gekozen werd om het marechausseemonument te plaatsen.

Het Korps Politietroepen, in 1919 opgericht voor het verrichten van militaire politietaken, is in 1945 opgegaan in de Koninklijke Marechaussee.  

Tussen 1940 en 1945 lieten 118 personen van de marechaussee en de Politietroepen het leven. Hun namen zijn vastgelegd in het Gulden Boek, dat bij elke vestiging van de Koninklijke Marechaussee ter inzage ligt.  

Al in de meidagen van 1940 vielen de eerste slachtoffers bij de twee korpsen. Een groot deel van de Politietroepen vocht toen vanuit de rivierkazematten aan de Maas.

Een deel van de marechaussee (273 man) uit de zuidelijke provincies en een honderdtal leden van de Politietroepen konden via België en Frankrijk Engeland bereiken.

Velen keerden per parachute naar Nederland terug om te helpen bij het verzet. Een aantal van hen werd na hun dropping gearresteerd en naar Duitsland gedeporteerd.

Anderen landden in 1944 met de Prinses Irenebrigade op de Normandische kust en hielpen bij de bevrijding van West-Europa.

Sommige van de in Nederland achtergebleven korpsleden gingen in het verzet, bijvoorbeeld als lid van de OD (Orde-Dienst), die al in 1940 was opgericht.  

Ook in het voormalig Nederlands-Indië, waar de marechaussee vanaf 1946 actief was bij de politionele acties, vielen slachtoffers. Het Korps Militaire Politie/Koninklijke Marechaussee had zestig doden te betreuren bij deze acties.  

Onder de 118 omgekomen marechaussee's zijn ook Apeldoorners, zoals opperwachtmeester Marcelis Andries van Bemmel. Lees verder......

 

Een ander verhaal: dat van de marechaussee Bart van Elst.  Lees verder.....