26
november 1944
In een groot deel van
Europa was het in november 1944 nog steeds oorlog. In vier maanden
waren de geallieerde legers van de stranden van Normandië opgerukt tot
aan de Rijn in Nederland, maar het offensief was vastgelopen. In
Noord-Nederland heerste doffe berusting na het mislukken van de
luchtlandingen bij Arnhem in september 1944.
Zondag 26 november was
een mooie, heldere herfstdag in bijna heel Nederland, ook in Apeldoorn.
De vijfkoppige familie Meurs, die op de Jachtlaan
dicht bij de Ribeslaan woonde, zat tegen half twee aan de broodmaaltijd
toen zij opgeschrikt werd door een aanzwellend lawaai afkomstig van een
laagvliegende zware bommenwerper. Allen renden naar het voorraam dat
uitkeek op de Jachtlaan, maar ze waren te laat om het vliegtuig te zien.
Dat moet een Amerikaan zijn, zei Hans, de negentienjarige oudste
zoon, de Engelsen vliegen 's nachts. De machine was al aan de
andere kant van het huis en vloog in de richting van het Kristalbad, dat
toen nog het Boschbad heette.
Toen de Meursen hun
achtertuin hadden bereikt, hoorden zij een doffe klap en zagen een bijna
gitzwarte rookwolk opstijgen, onmiddellijk gevolgd door het geknetter
van exploderende munitie. De familie en vele andere mensen uit de buurt
liepen de Ribeslaan uit, maar werden op de kruising met de Donkere Laan
(nu Burgemeester Roosmale Nepveulaan) tegengehouden door Duitse
soldaten, die uiterst opgewonden bezig waren een mitrailleur in stelling
te brengen. Het was duidelijk dat de machine binnen de hekken van het
Boschbad en dus buiten bereik van de buurtbewoners was
neergekomen.
Miep, de jongste dochter
van de familie Meurs, ging die avond samen met haar vriendinnen Titia en
Olly
stiekem naar het wrak. Titia schreef daar meer dan vijftig jaar later
het volgende over:
Toen het donker was
gingen we door het bos, waarin we elke boom kenden naar het Boschbad. We
klommen over het hek en vonden ondanks de duisternis gemakkelijk de
kanovijver. Op het eiland lag het wrak van het vliegtuig - als een
lamme, gewonde vogel. Twee of drie gewapende Duitsers hielden de wacht.
Eén van ons was de
eerste die het zag: een vreemd, groot object half in en half buiten het
water. Het zag eruit als een parachute en toen we dichterbij kwamen werd
dit vermoeden bevestigd. We dachten een goudmijn gevonden te hebben want
we wisten dat daaruit bloesjes, zakdoeken en andere dingen gemaakt
konden worden. We trokken zachtjes aan de parachute en waren alle drie
plotseling als verlamd. Aan de parachute bevestigd lag, half in en half
uit het water, een lichaam in uniform. Ongeveer 20 tot 30 meter van het
wrak verwijderd.
Luitenant
Kyle Scott Smith
Dat was
het lichaam van Kyle Scott Smith, een 24-jarige luitenant uit Albany in
de staat Ohio. Na zijn studie aan de Ohio University had hij dienst
genomen bij de Amerikaanse legerluchtmacht en in maart 1944 op
Marfa Air Base in Texas zijn opleiding als piloot afgesloten. Sinds 27
september maakte hij met zijn bemanning deel uit van het 532 Bomb
Squadron (BS), dat behoorde tot de 381ste Bomb Group
(BG) van 8 USAAF, de 8e Amerikaanse Legerluchtmacht.

2e
luitenant Kyle Scott Smith
De
‘Smith crew’ zoals de bemanning in het jargon van die tijd heette had
inmiddels vijf operationele missies gevlogen, vier boven Duitsland en
één boven Frankrijk.

B-17’s van 532 Bomb
Squadron 381 Bomb Group
De
viermotorige B-17 bommenwerper[5]
met de bijnaam Little Guy (of wel Kereltje)
van Smith was die morgen vroeg opgestegen van de vliegbasis Ridgewell in
Essex. Die zondag vielen de Amerikanen met meer dan duizend
bommenwerpers fabrieken en spoorlijnen aan in Duitsland. De bemanning
van de Little Guy bestond voor deze missie
uit:
2nd Lieutenant Kyle Scott Smith uit Albany, Ohio, eerste
piloot
2nd
Lieutenant Don McGurk uit West Springfield, Massachussetts, tweede
piloot;
Flight Officer (vaandrig) Melvin LaLuzerne uit Green Bay, Wisconsin,
navigator;
Staff Sergeant Byron F. ‘Tuck’ Wear uit Princeville, Illinois,
bommenrichter;
Sergeant Lester F. Colson uit Brooklyn, New York, radioman
Sergeant Robert K. Porter uit Pittsylvania, Virginia,
boordwerktuigkundige;
Sergeant Gustavo ‘Gus’ E. Contreras uit Tucson, Arizona,
buikkoepelschutter;
Sergeant Arnold Thomas uit Milwaukee, Wisconsin, zijluikschutter en
Staff Sergeant Francis R. ‘Bob’ DeLange uit Minneapolis, Minnesota,
staartschutter.

De voltallige bemanning
van de Little Guy, links met pet in de hand Don
McGurk, midden onder Kyle S.
Smith, rechts daarvan Gustavo Contreras
De Little
Guy in
de problemen
Een uur na de start viel
één van de vier motorenuit door olielekkage. Wat de bemanning ook deed, de motor kon niet meer
worden gestart en de propeller moest in de vaanstand worden gezet. Kyle
S. Smith had volgens de regels van 8 USAAF de missie kunnen afbreken,
maar daar was hij de man niet naar; hij zette door, al was het maar met
drie motoren. Maar zijn eigen formatie kon hij niet
bijhouden.
Onderweg, in de buurt
van Zwolle, werd Little Guy aangevallen door een Duitse jager,
maar die aanval mislukte: de boordschutters schoten de Duitser neer. Ook
de Duitse luchtdoelartillerie beschoot de overvliegende formaties in
deze omgeving, maar het uitgebrachte vuur was zwak en onnauwkeurig en
leverde nauwelijks enige schade op.

Het
spoorwegviaduct bij Altenbeken was het doel van de 381 BG; rechts de
verwoesting door het bombardement van 26 november 1944.
De
tweede motor valt uit
Little Guy
sloot
zich waarschijnlijk aan bij een andere formatie bommenwerpers en nam
deel aan een bombardement van een ander doel, het spoorwegemplacement
van Osnabrück. Het zicht was intussen veel minder geworden, de grond was
door het wolkendek niet meer zichtbaar en de voorste groep bommenwerpers
had het doel gemarkeerd met gekleurde rook. Het spreekt vanzelf dat de
nauwkeurigheid van bombarderen daar sterk onder leed. Little Guy moest
twee ‘runs’ maken, omdat de bommen niet loskwamen. Uiteindelijk werden
er zes 1000-ponders afgeworpen, maar er bleven er twee in het bommenruim
achter en die moesten noodgedwongen mee worden teruggenomen.
Nu viel ook motor nr. 3
uit, misschien als gevolg van schade door beschieting door Duitse
luchtdoelartillerie. Waarschijnlijker is dat de drie overblijvende
motoren tijdens de heenvlucht bij de volbeladen bommenwerper te zwaar
waren belast.
De
derde motor valt uit
Little Guy
had
juist de IJssel bereikt toen de derde motor (nr. 4) uitviel,
waarschijnlijk door oververhitting. Daarmee was het lot van de Little
Guy beslist, want een B-17 kan op één motor geen hoogte houden.
Omdat alleen motor nr. 1 nog liep, begon het vliegtuig een grote bocht
naar rechts te draaien.
Boven de rand van
Apeldoorn gekomen gaf Kyle Smith zijn bemanning opdracht het toestel te
verlaten. En daar sprongen zij: de navigator Melvin LaLuzerne, de
‘togglier’ Byron Wear, de radioman Lester Colson, de
boordwerktuigkundige Robert Porter, de buikkoepelschutter Gustavo
Contreras, de zijluikschutter Arnold Thomas en de staartschutter Bob
DeLange.
Don McGurk, de 2e
piloot, was de laatste die het toestel levend zou verlaten. Vlak voordat
hij sprong, zei Kyle nog tegen hem: Spring, ik kom meteen achter je
aan.
Een
ramp in Apeldoorn voorkomen
Kyle had echter een
probleem. Hij vloog te laag, in een rechterbocht die onvoldoende kon
worden gecorrigeerd en pal boven de bebouwde kom van Apeldoorn, met nog
twee bommen aan boord. Die stonden weliswaar niet op scherp maar bleven
gevaarlijk. Niet ver voor zich uit zag hij in het bos een zandvlakte met
een aantal vijvers. Hij bleef zijn uiterste best doen om de Little
Guy in de lucht te houden en toen dat niet meer ging, crashte hij
zijn toestel precies in de kanovijver van het Boschbad. Hij verloor
daarbij het leven, maar behoedde Apeldoorn voor een catastrofe.
Kyle Scott Smith werd
begraven op Heidehof.
Een Britse aalmoezenier (Padre Buchanan) die bij Arnhem krijgsgevangen
was gemaakt en die in de St. Josephstichting (later Spatie, nu GGNet) gevangen werd
gehouden, leidde de begrafenis.
Op Ridgewell bleek de
Little Guy het enige vliegtuig van 381 BG te zijn dat op deze
zondag verloren ging.

De verkeerstoren
van Ridgewell; mannen van 381 BG wachten op de terugkeer van hun
kameraden
Het verlies kwam hard
aan, juist omdat op deze zondag de Amerikanen ‘Thanksgiving Day’
vierden. De Engelsen hadden er alles aan gedaan om deze voor de
Amerikanen belangrijke dag een feestelijk karakter te geven door het
organiseren van een speciale dienst in de kathedraal van Bedford; ’s
avonds stond de traditionele kalkoen op het menu.
Maar, zoals de
aalmoezenier van 381 BG James Good Brown schreef, what was supposed
to be a day of rejoicing and gaiety turned suddenly quiet and
somber.
Apeldoornse
ooggetuigen
Miep, Titia en Olly
waren niet de enigen die een schokkende herinnering overhielden aan de
crash van de Little Guy. Laurens Jan Brinkhorst, de latere
minister, woonde in 1944 aan de rand van het bos, aan de Wildernislaan.
Met de nieuwsgierigheid van een zevenjarig jongetje ging hij met zijn
vriendjes poolshoogte nemen in het Boschbad. Hij raapte daar een
pilotenhandschoen op, met de hand van de piloot er nog in… Dat soort
dingen vergeet je niet, constateerde hij in 2005 in een interview
met De Stentor.
Er waren veel meer
mensen in Apeldoorn die de Little Guy en zijn bemanning op die
mooie zondag in november hebben gehoord en gezien. De meesten zaten aan
de middagmaaltijd, er was geen luchtalarm gegeven en zij werden
opgeschrikt door het lawaai dat het laag overkomende vliegtuig maakte:
Een hels kabaal, een oorverdovende herrie, het gedaver van een
overbelaste motor en dergelijke. Vrijwel iedereen ging naar
buiten om te kijken wat er aan de hand was. Zij zagen het vliegtuig laag
overvliegen, bemanningsleden uit het vliegtuig springen en aan hun
parachutes dalen. Sommigen zochten onmiddellijk daarna dekking in hun
kelders of pakten hun vluchtkoffertje, denkend dat er een bombardement
zou volgen. Bijna iedereen herinnert zich dat er schoten vielen en velen
zagen tot hun afschuw Duitse militairen en Nederlanders in Duitse dienst
schieten op de aan hun parachutes dalende bemanningsleden. Mogelijk zat
de schrik voor parachutisten er bij de Duitsers na de Slag om Arnhem nog
in. Een andere veronderstelling is dat de schade en slachtoffers door
geallieerde bombardementen in die Heimat Duitse militairen
aanzetten tot wraakacties op de Terrorflieger, zoals de
propaganda van Goebbels de vliegtuigbemanningen aanduidde.
Op de kaarten is met
kruisjes aangegeven waar de ooggetuigen zich toen bevonden en een
parachutesymbooltje markeert de plaatsen waar zes bemanningsleden zijn
geland. Waar nummer zeven en acht terecht zijn gekomen, is niet
duidelijk. De vliegroute is gereconstrueerd aan de hand van verslagen
van ooggetuigen en door de heersende wind in beschouwing te nemen (WZW,
2 tot 3 Beaufort) in combinatie met de lage vlieghoogte van de Little
Guy. Door die zwakke wind dreven de parachutes nauwelijks af en kwam
de bemanning zo dicht bij elkaar op de grond.

Joop van Duuren, die
toen 13 jaar oud was en aan de Doggersbank 129 woonde: Ik zag hoe een
Nederlandse NSB’er een bemanningslid opbracht over de Deventerstraatin de richting van de Deventerbrug. De Amerikaan liep met de handen in
de nek en de NSB’er liep achter hem met een geweer. Dit was
waarschijnlijk het eerste bemanningslid dat is gesprongen, ‘ergens’
tussen de Tol en de Deventerbrug.
Eerder waren op de
Deventerstraat in de richting van de brug marcherende Duitse militairen
gezien, die met hun geweren schoten op de aan hun witte parachutes
dalende bemanningsleden
Een bemanningslid landde
op de leuning van de Deventerbrug als een lappenpop volgens
Krijgsman, die toen 19 jaar oud was en in buurt van het kanaal de
parachutisten naar beneden zag zweven.
Henk de Weerd, toen 15
jaar, herinnert zich: Ik woonde toen in de Griftstraat,
vlakbij de markt, waar mijn vader een slagerij had. We zaten rond het
middaguur te eten, toen wij een vliegtuig heel laag hoorden overkomen.
Ik rende naar buiten, maar het vliegtuig zag ik niet meer. Wel zag ik
hoe er een man aan een parachute op de Markt landde en vrijwel direct
daarna door Duitse soldaten gevangen werd genomen. Later hoorde ik van
de buren, dat Duitse soldaten in het café De Zon aan de Stationsstraatnaar buiten waren gerend en het vuur op de dalende parachutisten hadden
geopend.
De toen 15-jarige Jan de
Waard stond op het balkonnetje op de 2e verdieping van het
pand van de Nederlandse Handelsmaatschappij op de hoek van de Kerklaan
en de Deventerstraat. De Duitse schildwacht voor het postkantoor
opende het vuur met zijn machinepistool op het bemanningslid die achter
het postkantoor op de Markt daalde en raakte diens parachute. Hij
landde midden op de Markt. Ook uit het politiebureau werd op hem
geschoten, tot woede van Duits Luftwaffe personeel, dat uit het cafeetje
op de hoek van het Marktplein kwam en een eind maakte aan het schieten.
Ik rende er heen. Ik stond daar met een paar anderen en Duitse
militairen, vlak bij de Amerikaan. Ik herinner mij zijn korte zwarte
haar, donkerbruine ogen, opvallend witte tanden en zonverbrande
uiterlijk en hoe hij, kauwgom kauwend, iedereen aankeek. Vervolgens
werd hij met een ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis.
Jan de Waard herinnert
zich dat hij even later op de Deventerbrug een dood bemanningslid heeft
gezien: Hij lag vlak bij de leuning, een kogelgat midden in zijn
voorhoofd, met gesloten ogen en zijn mond dicht. Het verhaal
ging rond dat deze Amerikaan werd doodgeschoten door een heel jonge (16
jaar oude?) Duitser, met het geweer van één van een tweetal oudere
Wehrmacht soldaten. Was dit Gustavo Contreras?
J.A. Tempelman, toen 13
jaar oud, zag vanuit zijn ouderlijk huis aan de Deventerstraat 5 / 6,
dalende parachutes, één daarvan leek terecht te komen op het Marktplein.
Ik rende naar het Marktplein en zag daar een bemanningslid –
doodgeschoten(?) - op de grond liggen. Duitse militairen
pasten eerste hulp toe en joegen ons vervolgens weg. Eerder had
Tempelman Duitse militairen tevoorschijn zien komen uit de Poort van
Kleef, die op de dalende parachutisten begonnen te schieten. Later zag
hij hoe een ander lid van de bemanning over de Deventerstraat werd
afgevoerd door twee Duitse militairen en naar de Ortskommandantur aan de
Regentesselaan werd gebracht.
De 15-jarige Gerrit
Eikendal schreef in zijn dagboek: 1 uur 's middags een viermotorig
aangeschoten vliegtuig over het dorp. Zeven parachutisten. Er werd hevig
op geschoten, 1 of 2 doden, 1 of 2 ernstig gewonden, 3 niet
gewond.
Eén gedaald in de Korte
Nieuwstraat, één bij Adriaan Keller aan de Schoolstraat in de tuin.
Vliegtuig gevallen op eiland in de kanovijver, 1 piloot
verbrand.
In de Korte Nieuwstraat
landde een bemanningslid in de boom voor huisnummer 1. Er werd snel een
trap tegen de boom gezet om hem uit zijn benarde positie te bevrijden.
Goed en wel op de grond gaven de omstanders hem wat te drinken; hij leek
wat versuft. Hij werd onmiddellijk door een Duitse soldaat op een fiets
ingerekend en te voet via de Asselsestraat afgevoerd.
Een ander kwam terecht
in de tuin van de familie Paul aan de Schoolstraat 26. Hij raakte bij de
landing een betonnen paal, brak zijn been en werd gevangen afgevoerd op
een ladder.
Weer een ander landde
midden op de Asselsestraat, vlak voor huisnummer 102.
Een ander plonsde in het kanaal, een paar honderd meter ten noorden van
de sluis, een paar meter van de oostelijke oever. W.J. Krijgsman: Ik
hielp hem uit het water. De Tommy was duidelijk aangeslagen en
zenuwachtig, ik denk door het vooruitzicht dat hij krijgsgevangen zou
worden gemaakt. De Duitsers waren met een motorfiets heel vlug ter
plaatse en zij namen hem gevangen. Er is een aanwijzing dat één van
de bemanningsleden in de Hoogstraat is geland, maar dat wordt niet
bevestigd door andere waarnemingen.

Korte Nieuwstraat
1 en
Asselsestraat 102, anno 2007
Han Rijndorp schreef in
1986 in zijn boek : Ik liep omstreeks 13:00 uur vlak voor de
toenmalige ingang van het Julianaziekenhuis aan de Sprengenweg toen
onverwachts boven het centrum van Apeldoorn een in ernstige
moeilijkheden verkerende Amerikaanse bommenwerper verscheen…Als de dag
van gisteren herinner ik mij hoe uit het traag op twee motorenvliegende toestel eerst een luik naar beneden zag zeilen, gevolgd door
een stuk of vijf bemanningsleden wier valschermen zich tamelijk laat
ontplooiden zodat ik mij afvroeg of zij niet te pletter zouden vallen.
Terwijl zij langzaam neerdalend uit elkaar dreven werd uit verschillende
richtingen, tot onze grote verontwaardiging door Nederlandse SS-ers met
geweren op hen geschoten.
Uit de verhalen van
ooggetuigen blijkt zonneklaar dat er door Duitse militairen op de
dalende bemanningsleden is geschoten, maar wie waar gewond raakte en
waardoor, blijft onduidelijk. Hoe en waar Gustavo Contreras om het leven
kwam, blijft een onbeantwoorde vraag.
Ook nadat de bemanning
behalve Kyle Smith was gesprongen, werd het vliegtuig door verscheidene
omstanders gezien.

Henk Palm, 9 jaar oud,
woonde toen aan de Veenweg 84
dicht bij de spoorwegovergang, zag de Little Guy overkomen:
Het vliegtuig kwam uit de richting van het centrum en er kwam zwarte
rook uit één van de motoren. Het vloog zo laag, die wij dachten dat het
bij de Waterlooscheweg zou neerkomen en wij zetten het op een lopen.
Maar het vloog verder..
Gep Sannes, toen 17 jaar
oud, liep op die bewuste zondag buiten in de omgeving van zijn ouderlijk
huis aan de Waterlooscheweg.
Ik hoorde het geronk van een vliegtuig, dat snel dichterbij kwam,
maar ik kon het door de hoge bomen niet zien. Plotseling zag ik het
vliegtuig vlak boven mij door de kruinen van de hoge beukenbomen
scheren. Het kwam van de kant van de spoorlijn, maakte een bocht naar
rechts en vloog heel laag verder over de Jachtlaan in de richting van
Berg en Bos. O, dat gaat helemaal fout, dacht ik en ik ging snel terug
naar huis.
De
laatste
ogenblikken van de Little Guy
Marten van Houtum,
die toen 7 jaar oud was, heeft de crash van wel heel dichtbij
meegemaakt. Hij woonde met zijn ouders op de bovenverdieping van het
restaurant
in het Boschbad. Op die zondagmiddag liep ik met zijn vader buiten;
mijn moeder en broertje waren binnen. Wij hoorden het lawaai van een
laagvliegend vliegtuig en plotseling zagen wij het vlak boven ons. Het
kwam uit de richting van de Jachtlaan en maakte een scherpe linkerbocht
over de Felualaan. Mijn vader en ik doken achter een muurtje om dekking
te zoeken. Het leek wel of het vliegtuig nog even optrok om ons huis
niet te raken, daarna ging de neus naar beneden en het sloeg met een
daverende klap te pletter op de rand van de kanovijver. De herrie was
enorm, ook door de afbrekende bomen en takken en het geknetter van
ontploffende munitie. Er werd een donker rond voorwerp uit het vliegtuig
geslingerd, dat in de richting van de Felualaan rolde en op weg daarheen
door struiken en takken brak, dwars door het hek sloeg en midden op de
weg tot stilstand kwam.Later bleek dit één van de bommen te zijn,
die het vliegtuig nog aan boord had.
Ik wilde direct naar het
wrak rennen, maar mijn vader hield mij tegen. Na alle lawaai viel er een
doodse stilte, en er hing een sterke lucht van benzine en verbrande
delen van het vliegtuig.

Het restaurant in het
Boschbad waar Kyle S. Smith nog net overheen wist te vliegen
Direct na het
neerstorten van de bommenwerper begreep ik al dat de piloot, door op het
laatste moment ons huis te ontwijken, mij en mijn familie het leven
heeft gered.

Marten van
Houtum op de plaats van de crash, november 2007
Op 29 november werd er
door een geallieerde fotoverkenner een luchtfoto genomen van de westkant
van Apeldoorn. Midden op de foto is de begraafplaats aan de Soerenseweg
te herkennen (het padenstelsel in de vorm van een wiel met acht spaken).
Tussen de begraafplaats en de linkerrand van de foto, in
westzuidwestelijke richting, ligt het Boschbad – de grillige lichte
vlekjes (de grote witte vlekken zijn wolken). Net oostelijk daarvan is
de kanovijver – een vage donkere ellips met aan de bovenzijde een licht
vlekje: wrakstukken van de Little Guy. De vergroting op de pagina
daarna geeft meer details.


Uitvergroting
luchtfoto
Hoe
verging het de overige bemanningsleden?
Don McGurk schreef
later: Mijn chute had zich amper geopend en toen stond ik al aan de
grond. Hij werd door de Duitsers aangehouden en kwam in een
krijgsgevangenenkamp terecht en keerde later naar de Verenigde Staten
terug.

Kyle S. Smith en Donald
McGurk
Gustavo Contreras werd,
toen hij aan zijn witte parachute naar beneden zweefde, onder vuur
genomen en gedood. Vermoord is een beter woord, want de Conventie van
Genève verbiedt het schieten op mensen die hun leven trachten te redden
met parachutes. Waar dat precies is geweest, valt niet meer na te gaan;
was hij de Amerikaan die eerste hulp kreeg van de Duitsers op het
Marktplein of was hij ‘de lappenpop’ die op de leuning van de
Deventerbrug landde? De Deventerbrug lijkt het meest
waarschijnlijk.
Gustavo was van
Mexicaanse afkomst en kreeg, omdat hij klein van stuk was, de functie
van buikkoepelschutter. Opgevouwen, half liggend in een kleine, halve
bal met twee mitrailleurs, bevestigd aan de onderkant van de B-17, was
hij niet te benijden. De koepel was zo krap bemeten, dat hij zijn
parachute pas kon aangespen nadat hij uit de ‘ball’ gekropen
was.
.
De ‘ball turret’
van Gustavo Contreras

De stuurknuppel van de
piloot in de cockpit van een B-17
Hij werd naast Kyle
Scott Smith begraven op Heidehof in Ugchelen en ligt nu begraven op het
grote Amerikaanse militaire kerkhof bij Margraten.
De vlag die bij de uiteindelijke begrafenis zijn kist had bedekt, werd
op 10 december 1948 aan zijn vader in Tucson, Arizona overhandigd.

foto Jelle Reitsma
Het graf van Gustavo E.
Contreras op de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats ‘Margraten’
Was het
de staartschutter, Bob DeLange, die op het Marktplein landde en gewond
raakte? Werd hij geraakt door de Duitse militairen, die op in de
omgeving van het Marktpleinhet vuur openden? Hij kwam terecht in het
Duitse hospitaal
dat was gevestigd in de St. Joseph Stichting van waaruit hij,
samen met de Engelse majoor Gordon Sheriff en een andere Engelsman,
David Ward wist te ontsnappen met hulp van een Nederlandse verpleegster.
Zij werden een dag of drie verborgen gehouden in kerken in Apeldoorn en
vervolgens naar Hattem gebracht, waar zij tot eind februari verbleven.
28 februari keerde het drietal terug naar Apeldoorn, waar Bob bij de
familie Woltman
op de Jachtlaan werd ondergebracht. Dit was een familie die veel
vliegers en leden van de Eerste Britse Luchtlandings Divisie heeft
verborgen. Bob toonde zich een dankbare gast.
Job Woltman, de zoon des
huizes: In september 1945 werd bij mijn ouders een kist afgeleverd
met kleding, als dank voor het verlenen van onderdak en om onze
geslonken kledingvoorraad aan te vullen.
Job Woltman en Bob
DeLange hebben in 1950 nog contact met elkaar gehad, toen Job overwoog
om naar Amerika te emigreren. Dat is niet doorgegaan en toen Job in 1985
het contact wilde herstellen, bleek Bob 10 december 1971 te zijn
overleden.
Melvin LaLuzerne, de
navigator, schreef in juli 2000; ....De piloot bleef achter de
knuppel om te verhinderen dat het toestel in de dicht bebouwde kom zou
neerstorten. Ik was de laatste die sprong (Don McGurk dacht ook dat
hij de laatste was - J. Meurs) en sprak vlak daarvoor nog met de
piloot. ..... binnen een paar seconden stond ik aan de grond met een
parachute vol met kogelgaten.
Piloot Kyle S. Smith
werd ook op Margraten herbegraven en later overgebracht naar Albany in
de staat Ohio. Hij rust daar nu naast de Presbyteriaanse kerk. Zijn
vader heeft later in hetzelfde graf zijn laatste rustplaats
gevonden.

Hoe
ging het verder met de overlevende bemanningsleden van de Little Guy?
Bob DeLange bleef uit
handen van de Duitsers tot de bevrijding van Apeldoorn.
Don McGurk en Bob Porter
kwamen terecht in krijgsgevangenkampen. Don in Stalag Luft I in Barth en
Bob in Gross Tychow, toen Oost-Pruisen, nu Polen. Bob Porter heeft
waarschijnlijk de beruchte ‘death march’ meegemaakt, toen de Duitsers,
bang voor bevrijding van krijgsgevangenen door de naderende Russische
troepen, de gevangenen dwongen om honderden kilometers in westelijke
richting te voet af te leggen. Het was februari 1945, het was ijzig koud
en er lag veel sneeuw; de omstandigheden onderweg waren erbarmelijk
slecht.
Melvin LaLuzerne en
Byron Wear werden opgesloten in het krijgsgevangenenkamp Barth-Vogelsang
in Pruisen, nu ook Pools grondgebied. Daar werden zij op 1 mei bevrijd
door de Russen, die overigens niets deden om de krijgsgevangenen te
repatriëren. 8 USAAF zette daarom B-17's
in om de bevrijde krijgsgevangenen terug te vliegen naar Engeland. Over
Lester Colson en Arnold Thomas, die ook krijgsgevangen werden gemaakt,
zijn geen verdere gegevens bekend. De krijgsgevangen bemanningsleden van
de Little Guy overleefden de oorlog en keerden terug naar
Amerika. Bob DeLange is een paar jaar na de oorlog gestorven, de
overigen hebben geleefd tot rond de eeuwwisseling. Nu leeft er niemand
meer van deze bemanning.
Eindelijk
een monument
Het is opmerkelijk dat
aan de moedige en zelfopofferende daad van Kyle Scott Smith tot nu toe
in Apeldoorn weinig aandacht is besteed. Wij vieren, terecht, om de
zoveel jaar groots de bevrijding door de Canadezen van onze stad op 17
april 1945, maar deze dappere Amerikaan zouden wij ook niet moeten
vergeten. Vooral ook omdat het Kristalbad elk jaar door tienduizenden
jonge Nederlanders wordt bezocht, is op 26 november 2007 een eenvoudig
monument onthuld, vrijwel op de plaats waar de Little Guy is
gecrasht, aan de rand van de kanovijver.
Aansluitend aan de
onthulling heeft de Berg en Bosschool uit Apeldoorn het monument
geadopteerd.

532 BS
381 BG
8 USAAF
Bronnen:
Kaart van Apeldoorn,
uitgever Jan Poort, 1944,
schaal 1:15000
Brief
van Mrs James Trout aan Mrs McGurk, April 5,
1945
Brief
van Francis R. ‚Bob’ DeLange aan Mrs Inez Trout,
June 2, 1945
Missing Aircrew Report
11205,
Air Force Historical Research
Agency, Maxwell AFB,
Alabama
Boek Sentimental
Journey, deel II, Han Rijndorp, Epe 1986, p. 275 en 276
Brief
van mevrouw T .G. Alers-Speldekamp aan John Meurs, Rueti ZH, Zwitserland
1999
Brief van Melvin A.
LaLuzern, navigator aan John Meurs, Rueti ZH, Zwitserland, 14
augustus 2000
Artikel Bob DeLange
was een aardige kerel in het blad van de
Vereniging Oud
Apeldoorn, april 2002
Artikel
A soldier’s story TheAthens Messenger, Ohio - Sunday, November 9,
2003
Artikel Een
pilotenhandschoen met een hand erin, De Stentor, dinsdag 3 mei
2005
Boek Apeldoorn in de
Tweede Wereldoorlog, een kroniek, 2005, CODA Apeldoorns
archief, p. 317 en 372
Casualty
Report samengesteld door J.A. Hey - Hengelo, ongedateerd
Luchtfoto
29 november 1944 nr 3123, ter beschikking gesteld door H. Kloosterboer,
Apeldoorn
381st
Bomb Group History, November 1944, aangeleverd door
Air Force
Historical Research Agency, Maxwell AFB, Alabama, Mr
Barry L. Spink, 20 april 2007
E-mailwisseling
met John Meurs, Rueti ZH, Zwitserland, 2006 en 2007
E-mailwisseling
met Mrs Ann Trout, Hebbardsville, Ohio, USA, 2006 en 2007
Stalag
Luft 1 on line http://www.merkki.com
Oorlogsdagboek 532
BS: [de volgende link werkt niet altijd: kopieer en plak de link dan in
het adresvak van de browser]
http://www.381st.org/UnitHistory/tabid/171/default.aspx
Gesprekken met de heren:
H. de Weerd [Griftstraat 2] en G. Salles [Waterlooscheweg 127] op
vrijdag 10 augustus 2007 en M. van Houtum [Felualaan, restaurant in het
Boschbad] op 29 augustus 2007
Telefonische reacties op
het artikeltje in het Apeldoorns Stadsblad van 11 september 2007 van de
heren J.A.W. Aalders [hoek Kerklaan-Deventerstraat] , C.S. Adema
[Tuinstraat 58], C. van de Brink [Soerenseweg 69-71], J.J. van Duuren
[Doggersbank 129], mevrouw H. Eleveld-Zoete [Roggestraat 30], de heren
W. Eveleens [Vosselmanstraat 21], E. Gerritsen [Arnhemseweg 51],
J. Groeneveld [liep op de Ugchelseweg richting Eendracht ter hoogte van
de papierfabriek], P.J. de Haan [Zevenhuizensche Dwarsweg 11], B.
van de Heuvel [de Ruyterstraat 50], A. Hoogenboezem [school hoek
Kanaalstraat – Stationsstraat], J. Huizinga [Asselsestraat 21], Kerssen
[Waterlooscheweg 70], P. Kersseboom [Kraaienweg 13], Kerssen
[Waterlooscheweg 70], W.J. Krijgsman [op bezoek Oosterlaan 3, woonde
Schotweg 109], J. van der Lee [Billitonlaan 17], mevrouw Niessen-van
Bemmel [Jachtlaan 138], en H. Palm [Veenweg], J.A. Tempelman
[Deventerstraat 5-6] en A. Wijnveen [Hofstraat]; de [adressen] geven aan
waar zij toen woonden en de gebeurtenissen zagen.
Mevrouw
M. Meurs (1930-2005), mevrouw O. Gantvoort (1930-2006) en mevrouw T.G.
Alers-Speldekamp (1928-2008), die toen aan de Jachthoornlaan 2 woonde.
Kyle S. Smith en Gustavo
Contreras werden op 29 november naast elkaar begraven op Heidehof; 4e
klasse, grafnrs 356 en 355 en op 5 januari 1946 overgebracht naar het
Amerikaanse oorlogskerkhof in Margraten; Kyle’s tijdelijke graf daar:
Plot WW Row 11 Grave 264
Operation
Revival, van 12 t/m 14
mei 1945 werden 8487
krijgsgevangenen uit Stalag Luft I Barth teruggevlogen:
Royal Air Force personeel naar Engeland en Amerikanen naar Frankrijk,
naar vliegveld Leon in de omgeving van Bordeaux. Van daar ging het met
wegtransport naar Camp Lucky Strike ten noordoosten van Le Havre
(Janville).