Groot Schuylenburg, 2 oktober 1944

 

                                                                                            foto Jelle Reitsma

 

Locatie: op het terrein van 's Heerenloo Midden-Nederland (voorheen Groot Schuylenburg)

Monument nr: 11  Ontwerper: G. Post Greve  Onthuld op: 2 oktober 1969

Uitvoering: een eenvoudige, witte steen met een kruis, de acht namen en de tekst: 2-10-1944. Het geheel is omgeven door een laag, driehoekig hekwerk.

Herdenkingsdatum: 2 oktober  

Adoptie: De adoptie van het monument kwam op een heel toevallige manier tot stand. De basisschool De Regenboog was  in 1993 gehuisvest in noodlokalen op het terrein van Groot Schuylenburg, omdat de nieuwbouw nog niet klaar was. Leraren en kinderen werden toen met het monument geconfronteerd én met het verhaal dat erachter ligt. Dat leidde tot adoptie. Sindsdien is er elk jaar een samenkomst op het terrein van 's Heerenloo (Groot Schuylenburg) van leerlingen  

Het verhaal achter het monument                          Het verhaal achter het monument                    Het verhaal achter het monument

Op het terrein van 's Heerenloo Midden-Nederland (voorheen Groot Schuylenburg, daarvoor het Apeldoornsche Bosch) staat een eenvoudig monument, een marmeren plaat met acht namen. Het verhaal dat hierbij hoort speelde zich af in oktober 1944.  

In 1944 was mevrouw Narda van Terwisga een van de leiders van het verzet in Apeldoorn. Zij had een groep medewerkers om zich heen verzameld, die wel de 'Vrije groep Narda' werd genoemd. De groep was actief met het helpen van joden, het onderbrengen van onderduikers, hulp aan geallieerde piloten, namaken van persoonsbewijzen en het bezorgen van de nodige distributiekaarten voor levensmiddelen. In de groep bleek zich een infiltrant te bevinden die, toen hij in de gaten had dat hij gewantrouwd werd, de groep Narda aan de Sicherheitsdienst heeft verraden. Als gevolg daarvan zijn op 30 september 1944 een aantal verzetsmensen en 2 geallieerde piloten gearresteerd:  Wim Aalders, Jan Barendsen, Reinier van Gerrevink, Wim Karreman, Jan Schut, Hans Wijma, Kenneth Ingram en Robert Zercher. Ook Narda van Terwisga werd gearresteerd evenals mevrouw  Bitter: in haar huis werden de 2 piloten  aangetroffen.  

In de nacht van zondag op maandag 2 oktober werden de acht mannen overgebracht naar Het Apeldoornsche Bosch en daar om 5 uur in de morgen gefusilleerd. Hun lichamen zijn daarna op verschillende plaatsen in Apeldoorn neergelegd (zie overzicht). Bij ieder lijk werd een bord geplaatst met het opschrift Terrorist. Ze zijn daar drie tot vier dagen blijven liggen om de bevolking schrik aan te jagen.

Deze brute actie was een duidelijke represaillemaatregel: het was de bezetter in de voorafgaande weken, ondanks herhaalde pogingen, niet gelukt om onder de Apeldoornse bevolking voldoende arbeidskrachten te recruteren voor het graven van schuttersputten en loopgraven in de IJsselstreek.  

Mevrouw Bitter werd overgebracht naar kamp Ravensbrück waar zij op 6 januari 1945 is overleden. Zij is dus het negende slachtoffer van het verraad, maar haar naam staat niet op het monument.

Narda van Terwisga, die eveneens naar het kamp Ravensbrück werd overgebracht, werd op 25 april 1945 door de geallieerden bevrijd. Zij bleef haar verdere leven de gevolgen ondervinden van de oorlogsgebeurtenissen. Ook zij heeft, evenals de acht wel vermelde verzetsmensen en mevrouw Bitter, haar moedige houding met haar leven betaald, zij het niet op die 2e oktober 1944.  

 

WIM AALDERS   SOERENSEWEG, BIJ DE KONING LODEWIJKLAAN

JAN BARENDSEN   BADHUISWEG, HOEK SPRENGENWEG

REINIER VAN GERREVINK   LOOLAAN, HOEK PIET JOUBERTSTRAAT

WIM KARREMAN   ARNHEMSEWEG, BIJ DE SPOORWEGOVERGANG

JAN SCHUT   NIEUWSTRAAT, HOEK BADHUISWEG

HANS WIJMA   DEVENTERSTRAAT, BIJ DE TOL

KENNETH INGRAM   DEVENTERSTRAAT, BIJ DE BRUG

ROBERT ZERCHER   DEVENTERSTRAAT, VLAKBIJ DE HOOFDSTRAAT

 

W.J. Aalders (Wim) werd geboren op 18 februari 1914. Hij werkte tijdens de oorlog bij een accountantskantoor aan de Regentesselaan. Wim Aalders gaf instructie in het gebruik van automatische wapens en was 's avonds en 's nachts vaak op pad voor de verzetsgroep Narda. Waarschijnlijk was hij betrokken bij het opsporen en onderbrengen van geallieerde vliegers, maar hij was uiterst zwijgzaam over zijn verzetswerk. Willem Johannes Aalders ligt begraven op Heidehof.  

J.J. Barendsen (Jan) werd geboren te Amsterdam op 11 september 1882.  Na zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie heeft hij als officier tal van belangrijke functies bekleed. Zijn laatste functie was Commandant van de Koloniale Reserve te Nijmegen, die hij tot 1937 bekleedde. Hij ging al in het begin van de bezetting in het verzet. Zo was hij één van de leidende figuren van het Legioen van Oud-Frontstrijders, het LOF, dat in de zomer van 1940 werd opgericht. Een jaar later zou het samensmelten met de Ordedienst.  Luitenant-kolonel b.d. J.J. Barendsen heeft op verzoek van de centrale leiding van de Ordedienst de taak van Gewestelijk Commandant (gewest Veluwe) op zich genomen. In het voorjaar van 1942 is hij met vele anderen opgepakt en als gijzelaar gevangen gezet in Sint- Michielsgestel. Eind 1942 werd  Barendsen weer vrijgelaten, waarna hij, zonder enige aarzeling, zijn verzetswerk voortzette.  

Hij werd bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats te Beekbergen. Barendsen is ridder in de Militaire Willemsorde 4e klasse en hem is postuum het Verzetskruis toegekend (zie ook Verzetsmonument in Beekbergen).  

 

R. van Gerrevink (Reinier) is geboren op 4 maart 1907. Reinier verzamelde inlichtingen over Duitse militaire transporten, langs de weg, per spoor of per schip. Hij zag kans informatie te verkrijgen over de aard van de werkzaamheden die de Duitse bezetters op de vliegvelden Teuge en Deelen lieten uitvoeren en ging ook na wat er in Apeldoornse industrieën voor de vijand moest worden gedaan. Hij beschikte over een geheime radiozender waarmee hij zijn informatie aan de Intelligence Service, de Engelse geheime dienst, kon doorgeven. Behalve voor dit inlichtingenwerk heeft Reinier van Gerrevink zich eveneens ingezet bij het opsporen en helpen van geallieerde vliegers die onderdak en verzorging nodig hadden. Ook verzorgde hij vluchtroutes voor de ondergedoken vliegers naar de bevrijde gebieden.

Hij is begraven op de begraafplaats aan de Soerenseweg.  

W. Karreman (Wim)  is geboren op 5 augustus 1925. Zoals dat vaak ging, is ook Wim Karreman geleidelijk bij het verzetswerk betrokken geraakt. Eerst bracht hij illegale krantjes rond, maar later hield hij zich bezig met inlichtingenwerk en verzorgde hij een klein wapenarsenaal. Wim Karreman nam ook deel aan sabotagewerk. Hij is bijvoorbeeld betrokken geweest bij het onklaar maken van de spoorbaan in de buurt van Kootwijk, waarschijnlijk tijdens de grote spoorwegstaking van september 1944.

Enkele dagen na zijn executie is hij in alle stilte bijgezet in het familiegraf op het kerkhof aan de Soerenseweg.

J. Schut (Jan) is geboren op 8 juni 1918. Na zijn diensttijd trad hij toe tot de marechaussee. Vanaf 1941 nam hij deel aan het verzetswerk. Zijn vader woonde op een boerderij aan de Kuipersdijk. Hier vonden tot aan het eind van de oorlog joodse landgenoten een toevlucht. Als wachtmeester van de Marechaussee had hij de beschikking over een motorfiets en verzorgde buiten diensttijd koeriersdiensten tussen Apeldoorn en het westen van het land Hij heeft ook uiterst riskante wapentransporten verzorgd.

Jan werd begraven op Heidehof, zijn stoffelijk overschot is later overgebracht naar het Ereveld in Loenen.

D.H. Wijma (Hans) werd op 5 februari 1917 in Leeuwarden geboren. Hoe Hans in Apeldoorn en bij het verzet terechtkwam, is niet meer na te gaan. Hij had elektrotechniek gestudeerd en bouwde in de oorlog een radio-zenderontvanger. Deze radio was verborgen in een geheime kast, die ook toegang verschafte tot een schuilplaats om onder te duiken.

Hij is begraven op Heidehof.  

K.H.C. Ingram (Kenneth) werd geboren in 1923 in Zuid-Engeland. Na zijn opleiding kwam hij bij de RAF, eerst  als monteur, later als Flight Engineer (boordwerktuigkundige) op de grote Lancaster bommenwerpers. Hij vloog in totaal 21 maal mee met aanvallen op Duitsland. Op 22 juni 1944 keerde hij, samen met zeven andere bemanningsleden in een Lancaster terug van een succesvolle missie in het Roergebied. Op de terugvlucht werd de Lancaster getroffen door de projectielen van een Duits jachtvliegtuig.

Twee bemanningsleden zijn bij het neerstorten van het toestel in het Oenerbroek bij Epe omgekomen. De overigen wisten zich met hun parachutes te redden. Drie leden van de bemanning, waaronder de 1e piloot, werden krijgsgevangen gemaakt en de drie overigen, onder wie Kenneth Ingram, wisten te ontsnappen. Zij zijn door verzetsmensen in Apeldoorn ondergebracht. Na een aantal andere schuilplaatsen vond Kenneth in september 1944 gastvrij onderdak bij mevrouw Bitter, aan de Jachtlaan, waar hij op 30 september samen met zijn gastvrouw en Robert Zercher door de SD gevangen werd genomen.

Hij werd begraven op Heidehof.  

 

R.W. Zercher (Robert) is geboren in 1907. Hij was buikkoepelschutter aan boord van een Boeing B17 van de US Army Air Force. Op 29 april 1944 keerde de bommenwerper aangeschoten terug van een missie naar Berlijn. Boven de Achterhoek verkeerde het toestel in grote moeilijkheden. Ten zuiden van Ruurlo maakte de piloot een geslaagde noodlanding. De bemanning bleef ongedeerd. Verzetsmensen hielden de negen Amerikanen in de omgeving verborgen. Vijf van hen, waaronder Robert Zercher, kwamen half augustus in Apeldoorn aan. Om veiligheidsredenen moest er nogal eens van onderkomen worden gewisseld. Zo kwam Bob Zercher in september 1944 bij mevrouw Bitter terecht. In afwachting van de komende bevrijding heeft hij daar, samen met Kenneth Ingram, tekeningen gemaakt van Engelse en Amerikaanse vlaggen, zodat na de bevrijding daarvan snel een aantal zou kunnen worden geproduceerd.

Bob Zercher droeg, evenals Kenneth Ingram, bij zijn arrestatie burgerkleding maar zijn identiteit was bij de SD bekend. Beiden hadden als krijgsgevangene behandeld moeten worden. Ze werden zonder vorm van proces gefusilleerd.

Hij werd begraven op Heidehof; zijn stoffelijk overschot werd later overgebracht naar de erebegraafplaats Neuville-Condroz in België.  Lees verder over sergeant Zercher