Gedenkzuil op de Joodse begraafplaats  

 

 

                                                                      foto's Jan van den Heuvel 

 

Locatie: Joodse begraafplaats, Arnhemseweg, hoek Kraaienweg. Geplaatst voor het metaheir- of reinigingshuis.

Monument nr: 20 Onthuld op: 16 juli 1950 door opperrabbijn J. Tal

Uitvoering: het monument heeft de vorm van een kaars met daarop een davidster. Op de steen die ertegen is geplaatst staat in het Hebreeuws de tekst uit Jeremia 14:2:

        Juda treurt en hare poorten zijn verzwakt.

        Zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe.

Daaronder staat:

      WIJ BLIJVEN HEN HERDENKEN

      DIE IN DE JAREN 5700 – 5705 (1940 – 1945)

      VAN ONS WERDEN WEGGEVOERD

        EN NIMMER TERUGKEERDEN

Adoptie: het monument is geadopteerd door De Sjofar

 

Het verhaal achter het monument                          Het verhaal achter het monument                    Het verhaal achter het monument

Op de joodse begraafplaats aan de Arnhemseweg zijn zo’n 900 gewone graven. Er staat ook een monument ter nagedachtenis aan joden die hier geen graf hebben: Apeldoornse burgers en patiënten van Het Apeldoornsche Bosch. De meesten zijn omgebracht in Auschwitz en Sobibor. Het exacte aantal is niet bekend, maar het moeten er ongeveer1500 zijn.  

In 1798 vestigde zich het eerste joodse gezin in Apeldoorn. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waren er 800 joodse burgers, een grote gemeenschap. Dat had onder andere te maken met de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch, die veel personeelsleden nodig had.  

Op 9 oktober 1941 werden 13 joodse mannen opgepakt en naar Mauthausen getransporteerd; na een maand leefde geen van hen meer. Het eerste transport van 67 Apeldoornse joden naar Westerbork was in november 1942. Toen kwam, in januari 1943,  het afgrijselijke transport van de patiënten van Het Apeldoornsche Bosch en een groot deel van het personeel: ongeveer 1300 mensen, die rechtstreeks naar de gaskamers van Auschwitz gingen. In maart 1943 gingen nog 7 mensen naar Vught en 8 naar Westerbork. Slechts enkele gezinnen konden onderduiken. Sommigen werden later toch opgepakt. Een klein groepje wist te ontkomen naar Zwitserland of Spanje.

Midden 1943 was het gedaan met de joodse gemeenschap in Apeldoorn.  

Na de oorlog keerden ongeveer 150 joden in Apeldoorn terug. 592 inwoners van Apeldoorn, waaronder de personeelsleden van Het Apeldoornsche Bosch en ongeveer 900 patiënten van die inrichting overleefden de oorlog niet.