Opperwachtmeester Marcelis Andries van Bemmel

                                                         foto fam. van Bemmel

Eén van de Apeldoornse verzetsslachtoffers die met het Marechausseemonument worden geëerd, is Marcelis Andries van Bemmel. Toen hij op 9 november 1944 door de Sicherheitsdienst (SD) werd gearresteerd, woonde hij met zijn gezin op de Jachtlaan 138. Hij was in 1941 in Apeldoorn geplaatst als opperwachtmeester van de Marechaussee en was sinds 1943 hoofdwachtmeester van de Staatspolitie. Van Bemmel was actief betrokken bij het verzet in Apeldoorn en omgeving, maar werd het slachtoffer van verraad.  

Van Bemmel heeft over zijn verzetswerk thuis nooit veel verteld. Hij wilde niet dat zijn vrouw en kinderen de Duitsers inlichtingen zouden kunnen geven als hij zou worden opgepakt. Zijn dochters hebben vaak illegale pamfletten moeten wegbrengen en zij weten dat hun vader het hoofdpostkantoor in de gaten moest houden (waarschijnlijk in verband met de bonnendistributie en de vervalsing van bonnen). Als politieman wekte dat weinig argwaan bij de Duitsers. Ook weten zij dat dat hij lid was van een knokploeg en dat hij te maken had met de broers Westhof, die wapens voor het verzet verborgen onder de kolenopslag in hun voorraadschuur tegenover de kruidenierszaak van Westhof op de hoek van de Eendracht en de Brinklaan.

In enkele Apeldoornse oorlogsdagboeken wordt de razzia beschreven die op 9 november 1944 in Apeldoorn West door de SD werd gehouden. De SD wilde Van Bemmel en Westhof arresteren. De kruidenier Westhof was een maand eerder aan arrestatie ontsnapt en sindsdien bij het gezin van Van Bemmel ondergedoken. Jachtlaan nr. 138 werd omsingeld en SD-agenten drongen het huis binnen. Van Bemmel werd direct gearresteerd, maar Westhof probeerde te vluchten en werd in de voortuin neergeschoten. De Duitsers hebben het lijk van Westhof daarna in de Huygenslaan gedumpt. Waarschijnlijk als gevolg van hetzelfde verraad is de heer Nijenhuis [1], een zwager van Westhof die in de Gunninglaan woonde, diezelfde avond gearresteerd.  

Van Bemmel werd na zijn arrestatie in de Koning Willem III-kazerne gevangen gezet. Op 21 november 1944 werd hij naar het Polizeiliches Durchgangslager Kamp Amersfoort overgebracht en op 2 februari 1945, met een transport waarin ook de Apeldoorner Kees Meerhof zat, naar het concentratiekamp Neuengamme. Op 14 februari 1945 is Van Bemmel met een transport van 500 mannen naar het kamp Reiherhorst, halverwege het dorp Wöbbelin en de stad Ludwigslust (ten zuiden van Schwerin), overgebracht. De daar verblijvende gevangenen moesten vanuit kamp Reiherhorst verderop in een bos een nieuw concentratiekamp bouwen, Wöbbelin, één van de 80 ‘onderkampen’ van Neuengamme. Het concentratiekamp Wöbbelin diende voor de opvang van gevangenen uit Neuengamme en andere concentratiekampen die door de geallieerde opmars bevrijd zouden kunnen worden [2].[2]

Tussen medio februari 1945 en de inname van Ludwigslust op 2 mei 1945 kon het kamp onmogelijk worden afgebouwd. De stenen barakken stonden er wel, met daken er op, maar zonder vloeren, ramen en deuren en zonder voorzieningen om te kunnen slapen. Het kamp beschikte over slechts één handpomp, waarvan na de bevrijding bleek dat deze via het grondwater in verbinding stond met de honderden meters van het kamp in het bos gelegen massagraven waarin de omgekomen gevangenen werden gedumpt. In de slechts tien weken dat het concentratiekamp Wöbbelin heeft bestaan zijn meer dan 1000 gevangenen omgekomen als gevolg van mishandeling, ontbering, ziekte en uitputting [3].

Toen de 82nd US Airborne Division op 2 mei 1945 Ludwigslust had ingenomen, ontdekte een Amerikaanse patrouille bij toeval het nabij gelegen concentratiekamp Wöbbelin en werd het kamp bevrijd. Wat de Amerikanen aantroffen, tartte elke verbeelding. Lijken lagen her en der opgestapeld en stervenden lagen verspreid door het kamp. De ernstig zieke en verzwakte overlevenden van het kamp werden op last van de Amerikanen door de inwoners van Ludwigslust naar door de Amerikanen ingerichte noodhospitalen vervoerd. Ook dwongen de Amerikanen de inwoners van Ludwigslust en Wöbbelin tot een tocht door het kamp en, enkele dagen later, tot het aanwezig zijn bij de plechtige herbegrafenis van 200 uit de massagraven opgegraven lijken van omgekomen gevangenen.[3]

Van Bemmel behoorde tot de overlevenden. Hij was echter ernstig ziek en werd overgebracht naar het Amerikaanse noodhospitaal in de cavaleriekazerne van Ludwigslust. Hij is daar op 13 mei of op 22 mei 1945 overleden en op het kerkhof van Ludwigslust naamloos en in een ongenummerd massagraf begraven [4].[4]

Van Bemmel liet een vrouw, drie dochters en een zoon na. Zij behoorden tot de genodigden bij de onthulling van het Marechausseemonument door prinses Wilhelmina op 26 oktober 1949.  Marcel van Bemmel, zijn zoon, heeft tijdens de plechtigheid bij Koningin Wilhelmina op schoot gezeten.  


[1] Over Nijenhuis werd na de oorlog bekend dat hij via het concentratiekamp Neuengamme terecht is gekomen op het schip Cap Arcona dat op 3 mei 1945 in de Lübeckerbocht als gevolg van een misverstand door Britse jachtvliegtuigen en bommenwerpers tot zinken is gebracht.  

[2] Himmler had strikte orders gegeven dat tot iedere prijs moest worden voorkomen, dat gevangenen levend in handen van de uit het westen en oosten oprukkende geallieerden zouden vallen. Met geïmproviseerde transporten en dodenmarsen werden de gevangenen in allerijl naar in centraal Duitsland gebouwde concentratiekampen gedreven

 

[3] In het nauwelijks bekende concentratiekamp Wöbbelin zijn meer mannen uit Apeldoorn omgekomen. Dat is ondermeer terug te vinden in het vlak na de oorlog door de Stichting ’40-’45 uitgegeven boek ’Ik draag U op’. Meer weten over concentratiekamp Wöbbelin? Klik hier......

Behalve M.A. van Bemmel worden in dit boek genoemd: R.E. Beeltje (geb. 15-07-1908, overl. ?-03-1945; eveneens een marechaussee, F.J. Duinkerken (geb. 07-03-1911, overl. 16-04-1945), A. van Faber (geb. 12-09-1915, overl. 22-04-1945), Joh. P. Mackenbach (geb. 17-03-1909, overl. 15-05-1945), G. Ohmann (geb. 02-06-1914, overl. 01-04-1945), C.A. Kleekamp (geb. 22-10-1921, overl. ?-03-1945), R. Schuilenklopper (geb. 26-02-1899, overl. 03-03-1945, mogelijk ook een marechaussee), J. Penseel (geb. 04-04-1919, overl. 17-02-1945) en diens broer M. Penseel (geb. 09-07-1923, overl. ?-?-1945).  

[4] Het Nederlandse Rode Kruis en de Oorlogsgravenstichting gaan, op grond van enkele getuigenverklaringen van Nederlandse lotgenoten die het overleefd hebben, uit van 22 mei 1945 als overlijdensdatum. Andere informatie geeft een overlijdensdatum van 13 mei 1945 aan.

monument Wöbbelin

de baksteen met de naam van M.A. van Bemmel (deel van het monument)