Een vrouw heeft altijd hoofdpijn. De spieren in haar nek en
schouders staan altijd strak: daar komt de hoofdpijn van. Ze slaapt maar een
paar uren per nacht en wordt dan met schrik wakker.
Daardoor is ze altijd moe, maar ze blijft waakzaam. Er ontgaat haat weinig, waar
ze ook is.
Op de boerderij van haar ouders waren in de oorlog joden en andere onderduikers
verborgen. Op een nacht vielen soldaten de boerderij binnen en namen haar ouders,
haar broer en de onderduikers mee.
Jaren later kreeg ze bericht dat niemand van hen meer leefde.
Ze verwijt zichzelf sindsdien dat ze de soldaten niet op tijd heeft horen
aankomen.