Door gedichten kunnen mensen heel goed hun gevoelens onder woorden brengen

 

Ik weet nog

Ik weet nog hoe de mensen keken:

de oorlog was voorbij

de angst nog niet vergeten,

maar diep van binnen blij

en diep van binnen weten:

dit nooit meer. We zijn vrij.

 

Vandaag is het als toen gebleven:

daar staan ze, bang en blij

de mensen die nu leven

met jou en mij erbij,

de doden niet vergeten

bij 't feest om vrij te zijn

Mies Bouhuys, voorgedragen door Dario Mura

Na lange of korte ijd komt aan elke oorlog

een eind. Maar de mensen die in een oorlog

verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt,

vergeten dat nooit. Hun verdriet blijft.

Ook al is het vrede

 

voorgedragen door Marin van der Heide

Bovenstaande gedichten zijn voorgelezen tijdens de adoptie van de plaquette op de villa Laag Buurlo op 17 april 2008 door kinderen van de obs De Bundel

Waarom?

 

Waarom was er oorlog en bezetting?

Waarom, iedereen is toch het zelfde?

Waarom is dat toen gebeurd?

Waarom, de joden zijn toch gewoon mensen?

Hoe zou jij dat vinden als wij zo werden behandeld?

We moeten dat niet nog eens laten gebeuren!

We moeten er iets aan doen!

                                                             Famke

 

 
 
Hoop

 

We dachten: zal deze ellende eens aflopen?

We hoopten: waar blijft die dag dat we veilig zijn

We voelden angst verdriet en boosheid

We vroegen: waarom doen  de Duitsers dit?

En als er 10 miljoen mensen dood gaan, komen er dan 10 miljoen bij?

Dagen gingen voorbij en de hoop werd steeds minder,

Maar op een dag kwamen de Canadezen ons bevrijden.

God zij dank, zei iedereen.

Ook na 62 jaar weet ieder kind en iedere volwassene

de ellende van de 2e wereldoorlog. 

                                                                                  Melda

 

Bovenstaande gedichten zijn voorgelezen tijdens de herdenking bij het monument de Dwangarbeider op 30 november 2007 door kinderen van de Montessorischool Passe-Partout

Bevrijding

Ik ken de oorlog uit verhalen

van de beelden op t.v.

en mag mezelf gelukkig prijzen

want ik maakte het niet mee.

 

Je zult je vrijheid maar verliezen

ook al heb je niets misdaan.

Het mag niet hier of ergens anders

iemand worden aangedaan.

 

De wereld kent zoveel agressie

zoveel ongegronde haat.

Je helpt geen mens als je blijft zwijgen

hopend dat het overgaat.

 

Ik neem het recht om op te komen

voor wat scheef is om mij heen.

En wie me bijvalt heet ik welkom

want ik kan het niet alleen.

 

Bevrijding 

Ik lag ziek in mijn bed in 't donker was het net

of elke muur bewoog en 't raam aan takken zoog

Maar bij dag was het fijn met zonlicht door het gordijn.

Er kwam een kind langs, dat een blikken trommel had;

een trommelen weerklonk, dat in zichzelf verzonk,

door heel de straat heenging, lang in mijn kamer hing.  

 

En eindelijk bevrijd en al die Duitsers kwijt.

Nog voor hun vlucht begon schoot een zwaar Duits kanon

een voorgevel tot gruis. Dat huis werd poppenhuis,

want kast en stoel en bed en tafel en buffet

en lamp en radio die zag je daar net zo.  

 

Er kwam een erepoort en er was nu een soort

soldaten in de stad waar niemand angst voor had

Ze strooiden chocola kwamen uit Canada,

waren tot 's avonds laat aan 't dansen in de straat.

Ook al was het een vreemde taal de mensen verstonden hen allemaal.

Zij richtten dan ook hun schreden naar het doel dat zij beleden:

‘Nederland vrij

Gedichten gelezen bij de herdenking van de bevrijding op 17 april door leerlingen van de Basisschool Prinses Juliana in Lieren

Oorlog is koud

Oorlog is zwart

Oorlog is niet fijn

Gelukkig is de bevrijding gekomen

Vrijheid is fijn om over te dromen

  Kees Hinne van de Oord, groep 8

Rees

Eén woord

Zo’n afschuwelijk woord

Zo’n pijnlijk klein woord

Rees

Jacco Geuzebroek, groep 8

 

Oorlog, zo’n klein woord met zo’n grote betekenis.

Oorlog, wat verschrikkelijk is.

Oorlog, écht niet fijn,

want oorlog is naar

en oorlog doet pijn.

Kon het op de hele wereld maar over zijn.

Gelukkig is het voor ons gestopt, voorbij

en zijn we vrij….

Sacha Grafov, groep 8

 

 

Het is zo stil

Niemand praat

Iedereen denkt na over de nare tijden

Het is maar één minuut, waarom?

Je hoort de tweede keer de trompet

Gaan we op de goede weg verder?

 

 

Maaike Quist, groep 6

 

Bovenstaande gedichten zijn gemaakt door leerlingen van de Montessorischool Passe Partout voor de herdenking bij het monument de Dwangarbeider, 2005

Onze vrijheid

twee minuten
honderdtwintig stille secondes
natuurlijk nooit genoeg
voor alle ellende
maar toch staan we een ogenblik stil
bij alle mensen
de mensen die hun vrijheid gaven
in ruil voor onze vrijheid.

Vrijheid

Een lang recht pad
Wie weet waarheen?
Aan de linker- en rechterkant
duizenden graven.
Ieder graf
zijn eigen verhaal.
Duizenden doden
met allemaal één doel:
Vrijheid.

Chantal  Spaan, februari 2002; zij was leerling van de KSG

 

Doorgeven  

Starend over lege velden, in de ochtenddauw, zie ik haar kijken.  

De verbeelding nog hier, het puntje licht in haar ogen, maakt plaats voor een traan.  

Heel even kijkt ze, lijkt ze te zien wat ze zocht.  

Elk jaar staat ze hier.  

Haar geest vermoeid, haar lichaam versleten.  

Elk jaar staat ze hier, helemaal alleen, alleen tussen vele anderen.  

Haar vermoeide geest zucht, ze denkt terug aan toen.  

Maar als de dauw langzaam plaatsmaakt voor de stilte na zang, is de realiteit niet te stoppen.  

De velden weer leeg.

Allen langzaam vertrokken, behalve zij.  

Stil legt ze haar roos, op de heuvel van bloemen.  

De roos niet alleen, maar samen met andere.  

Ze staat even stil, en de tijd lijkt te stoppen.

Dan voelt ze een hand, haar dochters hand op haar schouder.  

Samen terug.

Stapje voor stapje, naar de poort van vandaag.  

Vroeger laat ze even achter, tot het volgend jaar.

En als zij niet meer kan komen, Komt haar dochter voor haar.

 

Melissa Sadowski, 9 april 2003;  zij was leerling van de KSG

 

Nergens alarm in de lucht            overal vrede geschapen.              Dan zal ik zwaaien naar vreemden,           zij zullen mij groeten.             Wie was mijn vijand?            Ik zal hem in vrede ontmoeten.            Dan zal ik gaan             waar nog geen wegen bestaan,         vrede, de weg voor mijn voeten.        Huub Oosterhuis        


Ik weet nog………..

Ik weet nog hoe de mensen keken:
De oorlog was voorbij,
De angst nog niet vergeten,
Maar diep van binnen blij
En diep van binnen weten:
Dit nooit meer. Wij zijn vrij.
Vandaag is het als toen gebleven:
Daar staan ze, bang en blij,
De mensen die nu leven
Met jou en mij erbij,
De doden niet vergeten
Bij ’t feest om vrij te zijn.

Mies Bouhuys

 

Als je niet oplet

Deze muziek mag je niet spelen
Dat boek zou ik maar niet lezen
Die foto zou ik maar verscheuren
Met haar kun je beter niet gezien worden
Daar krijg je misschien last mee
Ik zou mijn mond maar houden
Wat je straks alleen nog mag
Is in een donker hol verborgen
Verlangen naar het licht van de vrijheid
Die je verspeeld hebt
Omdat je even de andere kant uitkeek
Toen je buren werden weggehaald

Remco Campert

 

 

1.

WESTERBORK

O Westerbork, o Westerbork
je was nog kort geleen
in Drente een vergeten dorp:
nu kent je iedereen.
Veel gingen er naar Westerbork
te werken in het veld,
maar wat er kwam ná Westerbork,
heeft niemand nog verteld.

 

4.

Toen, door dit dekentje van blauw,
dacht ik opeens weer aan
mijn buurman, aan zijn kind en vrouw,
en hoe zij moesten gaan:
zij werden naar het kamp gebracht
toen het nog pas begon,
zij moesten midden in de nacht
zich melden aan ’t station.

2.

Vanmorgen zag ik een transport,
vannacht droom ik ervan,
omdat ik dit, hoe oud ik word,
nooit meer vergeten kan.
Want op het Amsterdams station
zag ik vanmorgen vroeg
dat de politie langs ’t perron
mensen als beesten joeg.

 

5.

Zij wisten nog niet hoe dat was:
het was pas in ’t begin.
Zij liepen nog met zak en tas
en alles zat erin:
papier, een inktpot en een pen,
een trui voor weer en wind,
werklaarzen, vitamines en
wat speelgoed voor het kind………

3.

En ik zag midden in die troep
die strompelde en viel,
een man die in een dekentje
een heel klein kindje hield………………….
Zo gingen zij naar Westerbork,
en dit weer ieder wel:
achter de hei van Westerbork
ligt enkel nog de hel.

 

6.

Dat kleine kind dat was voor mij
het liefste wat ik zag,
want altijd als hij langskwam, zei
hij lachend mij g’ndag.
En toen die nacht zich achter hem
de deur sloot met en slag,
hoorde ik nog zijn ijle stem
door ’t donker roepen: dàg!

7

Ter wille van dit kleine lam,
zijn lach, zijn lief gezicht,
zijn stemmetje dat afscheid nam,
heb ik dit lied gedicht.
Hij ging ook mee naar Westerbork,
nu is ’t of hij mij roept:
om wat ik leed in Westerbork
moet Hitler zijn vervloekt!

Muus Jacobse (1909-1972)